• Contact

     Change Designers
     Koningsstraat 35
     1000 Brussel
      tel: 02 216 94 14
       fax: 02 243 07 75
       stuur ons een e-mail
  • The big Picture in je mailbox

    Schrijf je hier in en ontvang alle updates in je mailbox.


     

Wie het woordje past, trekke het aan

powervuistWoorden zijn als kleren, vind ik soms, wanneer ik aan een nieuw dossier wil beginnen. Ik ga dan voor mijn woordenkast staan, en flaneer met mijn vingers langs de termen waarin ik mijn gedachten zou kunnen kleden.

Sommige woorden zien er wat afgesleten uit, maar zitten comfortabel. Ik draag ze als ben ik er mee vergroeid, ook al hebben ze lappen, zijn ze meermaals gestopt, ook al zijn het stopwoordjes. Andere blijven eeuwig fris, passen overal en kan ik zonder gezichtsverlies naar het gewichtigste seminarie meenemen. Het zijn mijn essentials, zeg maar. Nog anderen zien er ook nog ongebruikt uit, maar laat ik steeds weer hangen, omdat ze zo snel gedateerd bleken. Modewoordjes, je moest ze wel hangen hebben.

Maar nog andere haal ik met omzichtigheid uit de kast. Ze zitten op het randje. Ze stralen nog waarde uit, maar zijn niet meer onbesproken. Ik heb erop gemorst, ik heb ergens aan gehaperd, er is een steekje los… En toch weet ik: als ik ze goed combineer, kan het woord nog stralen.

Empower to the people?

Neem nu “empower”, ooit een heel krachtig item. Ik draag het wel vaker, heb er ook op seminariepodia mee geparadeerd, en zie er nog vaak collega’s mee uitpakken, maar sinds enige tijd haal ik het toch wat weifelend uit de kast.

De basisgedachte van het woord spreekt me nog steeds erg aan: wijs de groep op zijn macht. In de economie kan dit best wel stevig uitpakken. De gebruiker heeft immers macht, maar beseft dat niet altijd. Via zijn koopgedrag en de bijhorende zakencijfers kan hij bedrijven stimuleren om hun aanbod bij te sturen. Zo kun je als gebruikersgroep duurzame inspanningen van bedrijven belonen en onethische handelingen afstraffen. “Power to the people”, zong John Lennon het. De stem van de man in de straat kan krachtig klinken.

Maar met diezelfde stem is er ook wat schunnigs. Daar wees VRT-journalist Bart Verhulst, onlangs nog op in zijn  blog. De journalist had een filmpje op Youtube gevonden waarin studenten journalistiek de vox pop vrolijk onderuit halen. Betogende mensen met spandoeken schreeuwen er slogans tegen Obama’s gezondheidsplannen, wat mooie vox pop-beelden en -uitspraken oplevert, maar wanneer de studenten doorvragen, blijken de vox’en in kwestie lege poppen: ze weten eigenlijk niet waar het om gaat.

En nee, betoogt Bart, deze holheid is niet voorbehouden aan de Amerikanen: “Kijk naar de Lange Wapper. Heel Vlaanderen had er wel een mening over, maar er waren er weinig die wisten dat de vermaledijde brug NIET over de Schelde zou lopen.

Empowerment kan, bedenk ik dan, ook wel hierop uitdraaien…

De meningcultuur

Empowerment is geworteld in de fundamentele overtuiging dat mensen, gebruikers, klanten, patiënten helemaal geen onmondige wezens zijn, en best wel weten wat ze willen. Meer nog, ook al ben je nog geen klant, patiënt of gebruiker, dan nog heb je een mening over de dienst of het product, vermoeden we. De huidige cultuur lijkt dit alvast te bevestigen: zowat op elke hoek van de medialaan word je met meningen om je oren geslagen. Op radio, televisie, in kranten, tijdschriften en op blogs als deze worden meningen rondgestrooid als zout tijdens de wintermaanden. Raakt die voorraad niet op, denk je dan? Zijn er dan nog over? Zijn de meningen nu nog niet verdeeld?

Het lijkt wel alsof je helemaal niet aan empowerment moet werken, of het moet stimuleren. In de huidige meningcultuur is het niet meer dan normaal dat je overal een mening over hebt. Onze ouders en grootouders haalden misschien te snel hun schouders op: “Daar kan ik niets over zeggen. Daar ben ik niet geleerd genoeg voor.”, maar nu helt het vaak de andere kant op. Als je voor het ontbijt nog geen vier meningen hebt kunnen spuwen, lijkt er wel wat met je te schelen.

Wie of wat zou je nog willen empoweren, vraag je je dan soms af, als je ‘s morgens op de trein van mening naar mening spoort. Moet ik dat woord nog wel uit de kast halen? Kan ik er nog wel wat mee?

Verantwoordelijkheid

En terwijl ik dan voor die kast sta, en het woord keurend tegen me aan voor de spiegel hou, denk ik dan: ‘…Ja.‘ Ja, empowerment mag er zeker nog zijn, en liefst zelfs nog meer. Maar met één eis: het moet om meer gaan dan holle slogans. Empowerment is meer dan “voor of tegen” zijn, is meer dan “boe” roepen, of gillen hoe stout die instelling of dat bedrijf wel is. Empowerment gaat niet om beschuldigen of verwijten.

Empowerment is net de verantwoordelijkheid opnemen om je levensomstandigheden te verbeteren, en je te bevrijden uit de slachtofferrol. Niet per se omdat er geen slachtoffers bestaan, maar vooral omdat je kunt klagen en verwijten tot je blauw ziet, zonder ook maar iets te veranderen.

Fritz Perl had in zijn Gestalt Therapy Verbatim een leuke woordspeling die die verantwoordelijkheid heerlijk duidt. Hij herschreef er immers ‘responsibility’ als ‘response ability’: de vaardigheid om te reageren.

Geen E zonder E

En die vaardigheid houdt twee elementen in: enerzijds moet je zelf weten hoe je dat doet, reageren. Je moet weten hoe je redeneringen opzet, hoe je tot meningen komt, hoe je die kunt toetsen, hoe je met informatie omgaat, hoe je ze kunt verwoorden, hoe je met anderen met andere meningen kunt omgaan en hoe je je niet tot stellingen- of meningenoorlogen moet laten verleiden, maar net tot constructieve dialogen kunt komen vanuit weldoordachte en goedgeïnformeerde bedenkingen.

Geen ‘empower’ zonder ‘educate’. We moeten jongeren niet zomaar opvoeden tot mondigheid, maar ook tot meningvorming, tot kritisch nadenken, en nogmaals: kritisch zijn is meer dan ‘nee’ roepen. Het houdt ook een verantwoordelijkheid in om mee te werken.

En anderzijds moet je ook de mogelijkheid krijgen om ook daadwerkelijk wat te doen. Met accent op ‘daad’.

Geen ‘empower’ zonder ‘enable’. Je kunt je klanten, je personeel, je gebruikers een stem geven en dan je vingers in je oren proppen, of je kunt er iets mee doen. Wees eerlijk als je empowert: in hoeverre is de power echt? In hoeverre is ze geen nepdemocratie?

Empowerment waarbij het beslissingniveau dichter bij de echte stakeholders – en verder van de stockholders – wordt gebracht, klinkt al heel wat beter, en als dan ook nog eens voorzien wordt in een ondersteuning voor die besluitvorming én uitvoering, dan worden die klanken muziek in de oren.

Krijg je die enable niet? Misschien kun je dat dan zelf creëren. Self-empowerment. Blijf niet bij de pakken zitten. Stap uit de slachtofferrol.

Wie het woordje past…

En dan besluit ik het inderdaad aan te trekken, dat pakje. Maar wel met de nodige andere accessoires, zodat het tot haar volle recht komt.

Hopelijk vergeet ik niet op die andere kledingstukken te wijzen, als iemand me bij een volgende vergadering over empowerment aanspreekt.


Tags: , , , ,


Alle antwoorden op dit artikel volgen? Gebruik deze link: RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

2 Reacties op “Wie het woordje past, trekke het aan”

  1. Geweldig geschreven!

  2. De kleren van de keizer.

    Zeer leuk geschreven stukje!

    Ik lees: geen “empower” zonder “educate” nog minder zonder “enable”.
    Wie ooit in de (late)jaren 60,70,80 in ((centrum)linkse) studensteden vertoefde en daar een menswetenschappelijke opleiding volgde of enige filosofische opleiding kreeg, doorziet het gepresenteerde discours onmiddellijk.
    Geen (politieke, maatschappelijke) particpatie zonder voorlichting en geen voorlichting zonder informatie. En niets van dat alles zonder de geëigende kanalen.

    Dus een beetje oude wijn in nieuwe kledingzakken – recyclagekleding!

    Het is nu wachten tot een bureau ontdekt wat het Mattheus-effect eigenlijk is en waarom dus de empowerment-filosofie de facto een selffulfilling prophecy is.

Reageer